Mijn verhaal

Ik was nog is grote kuis aan het houden en kwam uit op mijn ridderverhaal van nederlands bij deze als’t u boeit veel leesplezier:p
Ergens, heel lang geleden, was er eens een jonge ridder genaamd Sir John.
Sir John was een sterke, trouwe ridder aan het hof van koning Louis.
Op een dag kwam een vreemde vorst binnengevallen in het kasteel van koning Louis.
Zijn hofridders, waaronder Sir John, trokken snel hun zwaarden.
Louis gebaarde tot kalmte.
”Het is een vredelievende vorst en tevens een goede vriend van me”zei Louis.
De ridders stopten hun zwaarden terug in de schede en luisterden aandachtig mee.
”Wat brengt u hier, koning Jef”vroeg koning Louis.
Koning Jef vertelde dat zijn dochter geschaakt was door de legendarische, onverslaanbare gouden draak. Hij smeekte de koning hem te helpen.
Koning Louis stemde uiteindelijk toe, maar op 1 voorwaarde dat de redder van jonkvrouw Josephine met haar mocht trouwen, Koning Jef stemde hier mee in.
Koning Louis zadelde John met deze missie op, omdat deze het jongst en het krachtigst was.
John aanvaardde de missie.
Hij vertrok, op een vurig strijdros en gewapend met pijl en boog op zoektocht naar de gouden draak.
Vele dagen gingen voorbij en John passeerde vele landen.
Op een gegeven moment was hij in Retland aangekomen, in dit land zo zich de schuilplaats van de gouden draak moeten bevinden.
Koning Jos, de koning van Retland was een goede vriend van koning Jef.
John was zo moe dat hij maar naar het kasteel van koning Jos reed.
Hij vroeg deze vorst om onderdak en kreeg deze.
Koning Jos vroeg hem waarom hij in zijn land kwam.John vertelde zijn missie.
Koning Jos verstijfde van angst:’dus jij wilt de gouden draak overwinnen’, zei hij,’dan moet je eerst het zwaard met het diamanten handvat, dit zwaard werd lang geleden betoverd, in je macht krijgen, het geeft je bovennatuurlijke krachten maar het wordt bewaakt door de tweehoofdige reus met het allesziende oog’. ’Toch wil ik het erop wagen’zei John dapper en vastberaden.
’Dit oog laat iedereen verstenen die erin kijkt en dan eet de reus je levend op’ging koning Jos verder.
’Waar bevind de schuilplaats van de reus zich precies?’vroeg John.
’In een donkere grot ten noorden van hier, hij is tevens de bewaker van de ingang tot de schuilplaats van de gouden draak’antwoordde koning Jos.
John bedankte de koning, groette hem en ging terug op pad.
Toen hij de grot had gevonden, ging hij angstig binnen.
Plots hoorde hij een dondert geraas.
Het was de tweehoofdige reus met het allesziende oog!
Bliksemsnel greep John zijn pijl en boog en schoot drie pijlen in de richting van het monster.
De eerste pijl trof de eerste kop.De tweede pijl trof de tweede kop.
De derde pijl trof het allesziende oog.Woedend van pijn sloeg de reus om zich heen, in de hoop John te raken.
John duwde nu een vierde pijl in de reus.Het raakte de reus recht in de borstkas.
Het monster viel nu met een plof neer en stierf.

John ging verder de grot in.Toen werd hij ineens verblind door een zilveren schrijn.
Het zwaard met het diamanten handvat!, schreeuwde John.John pakte het zwaard.
Toen ging hij nog verder de grot in.
Toen kwam hij aan een gouden poort met een reliëf van een draak.
’De schuilplaats van de gouden draak!’riep John.Met het zwaard hakte hij de poort open.
Nu stond hij oog in oog met de gouden draak.
De gouden draak zat op een twee meter hoge stapel van botten, deze waren ooit de tegenstanders van de draak geweest.
John schoot bliksem snel twee pijlen in de richting van het monster, maar deze ketste af op de gouden huid van de draak.De draak viel aan.
Hij spuwde vuur, dat zo heet was, dat de grond smeltte.John was omringd door een vuurhaard.
De draak maakte zich klaar voor de genadeslag, toen John plots zijn zwaard trok.
Het zwaard kliefde door de huid van de draak en sloeg het beest de kop af.
Het zwaard kwam met een plof op de grond terecht.
Het bloed van de draak stroomde door de grot.John stond tot zijn knieën in het bloed.
Hij ging op zoek naar jonkvrouw Josephine.Hij vond haar, maakte haar los.
Zij kuste haar redder.
John hakte een gat in de wand van de grond,waarlangs ze samen me het bloed mee naar buiten stroomden.John’s paard was nog steeds op de plaats waar hij het achter gelaten.
Als de bliksem reden ze naar het kasteel van koning Louis.Eenmaal daar aangekomen werd er een groot feest gehouden ter ere van John.Koning Jos hield zijn woord en schonk Josephine aan John.Samen werden ze nog heel gelukkig.

EINDE

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *