Dromen

Dromen maken me misselijk maar tegelijkertijd weerhouden ze me van het kokhalzen. Een droom is als het ware een streng tussen geest en hart. Die streng zuigt al het kwade uit je hart en baant zich een slingerende beweging naar het hoofd waar er hersencellen worden opgewekt die al het onbeantwoorde kwaad in de vorm gieten van een nachtmerrie of een zoete droom. Zo wordt dan een gepersonifieerde voorstelling gegeven van hoe het onbeantwoorde dan wel zou kunnen worden ingevuld. Als een droom zoet is, is ze meestal idealistisch. Ze geeft een ideale voorstelling van hetgeen waarnaar je verlangt. Je probeert te streven naar hetgeen je voorgedragen is in je droom waarna je tot de conclusie komt dat een droom ijdel is. Een droom is teder maar ontnuchterd en ontaard de fantasie. Aan de andere zijde, als een droom dus een nachtmerrie is, word je abrupt geconfronteerd met de feiten die het kwade scheppen. Angst overstelpt je geest, je wordt bang. Bang voor de mislukking, het einde. Een droom is mijnentwege een bewijs van het onwaarneembare, het magische, het paranormale, het esoterische en consoorten.

Ik had vannacht een droom. De droom was zoet. Wat de droom was verklap ik je niet want ik weet dat een droom toch doelloos is, maar niet redenloos.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *