IP operator van Live Search

In een security paper las ik het gegeven dat Live Search een IP operator heeft. En nu wordt het interessant.

Stel dat je over een pakket shared hosting beschikt. Dan biedt de IP operator perfect de mogelijkheid om na te gaan welke websites allemaal nog op dezelfde webserver zijn gehost. Je IP vind je door een ping te zenden naar je domeinnaam. Door deze als parameters mee te geven in het input veld op Live Search bekom je een mooi overzichtje van alle websites die op een bepaald IP gehost zijn. Zo ontdek je misschien wel de specifieke service of website die de oorzaak vormt van de lage requests per second of de zeer trage connection time. Of kom je misschien te weten dat er op de Netlash IP,  zo’n 9400 andere websites zijn gehost. En oeh! Dat deze blog positie 1 bekleed!

Maar interpreteer het op een hoger niveau, zoals welke sites echte dedicated hosting hebben en welke niet. Zo ben ik te weten gekomen dat alle VRT sites op éénzelfde IP gehost zijn.

Een futiliteit zegt u? Denk eens goed na wat dit voor een gevolgen heeft. Er moet namelijk maar 1 beveiligingslek zijn in om het even welke site. Een lek op site A kan desastreuse gevolgen hebben, waardoor de ganse webserver van kaart kan worden geveegd. En mensen die geen goede bedoelingen hebben zullen daar ongetwijfeld misbruik van maken.

Ik hoef u niet te vertellen dat dit een catastrofe is. En bovenal: in het VRT geval (de openbare omroep van de Vlaamse gemeenschap), gaat het om fundamentele diensten van de overheid.

Zijn er nog mensen die leuke anekdotes hebben? Zit ik naast de kwestie? Wat denken jullie hierover?

Update: blijkbaar was ik een beetje te overhaastig met het trekken van mijn conclusies. Ik ben hierover ingelicht.

Ten eerste heb ik begrepen dat er tools bestaan zoals myIPneighbors.com die rechtstreeks data halen uit het domain name registry en de registar tabel. Deze methode is veel accurater en bovendien lijkt het of Live Search alles behalve betrouwbaar is. Of is dit het werk van creatieve zielen die gefoefeld hebben met de registar tabellen?

Een tweede punt is dat er webservers zijn die per poort verwijzen naar andere webservers. Hoewel deze technologie weinig toegepast wordt, moet deze mogelijkheid niet uitgesloten worden.

Cuil is niet zo cool

Cuil ontketende een ketting aan media aandacht. Zelfs deredactie.be berichtte over Cuil.  Allemaal hadden ze het over een nieuwe zoekrobot die wel 120 miljard pagina’s indexeert (3x Google) en dat het door ex-Google engineers ontworpen zou zijn.

Het eerste wat je natuurlijk doet is je naam opzoeken. Eerste impressie: wat in godsnaam doet die afbeelding daar? Ik meen mij niet te herkennen, laat staan dat die afbeelding enige relevantie heeft met deze blog.

Bij de dutchcowboys lees ik iets gelijkaardigs. Wat hebben jullie zoal voor?

Knol: de wedloop naar digitale erkenning

Knol is in publieke beta gegaan enkele dagen geleden. Iedereen spreekt over een Wikipedia concurrent, maar is dat ook zo? Even de vergelijking maken.

Ratings

Bij Knol kan iedereen expert zijn, voorwaarde daartoe is wel dat je knols goede ratings behalen want indirect wordt jezelf als schrijver gewaardeerd of onderuit gehaald omdat anderen je schrijfsels kunnen beoordelen. Dit is een dimensie die Wikipedia niet heeft, en op die manier wordt ook mee de kwaliteit bepaalt van de content. De vraag is maar of spammers (Uitgaande links hebben trouwen geen rel="nofollow" attribuut) en andere belanghebbenden (bedrijven, politici) hier geen misbruik van zullen maken. Hoe dan ook: ongepaste inhoud kan worden gemeld en uiteindelijk zal Google je wel snel doorhebben.

Customization

Een ander verschil met Wikipedia is de hoge mate van persoonlijke controle. Ten eerste kan je zelf de mate van samenwerking instellen. Je hebt de keuze tussen open collaboratie, gemodereerde collaboratie (bijwerkingen moeten bevestigd worden door de auteur) en gesloten collaboratie. Ten tweede kan je zelf een licentie toekennen. Standaard wordt de Creative Commons Attribution 3.0 License toegepast, maar je kan je schrijfsels ook beteugelen met de Creative Commons Attribution-Noncommercial 3.0 License ofwel opteer je er gewoon voor om alle rechten voor te behouden.

Community vorming en het belang van het individu

Bij Knol draait het ook meer om de community: je kan andere “experten” uitnodigen om samen een artikel te schrijven en om artikels te becommentariëren of zelfs te reviewen. Daarnaast staat het individu in de kijker door middel van het persoonlijke profiel. Het draait om jou en je kennis. En misschien ook niet onbelangrijk: jij en je kennis zijn vindbaar op zoekmachine gigant Google.

Eenvoud en zelfcontrole

Een knol (unit of knowledge) schrijven is kinderspel. De WYSIWYG is erg handig in gebruik. Een titel, samenvatting en tekst opgeven is voldoende. Inhoudsopgaven worden automatisch gegenereerd door middel van de gebruikte hoofdingen. Geloof me, een wereld van verschil dus met Wikipedia waarbij een artikel schrijven, publiceren en zorgen dat het daar blijft verre van evident is. Hier geen institutionele regeltjes en censuur zoals dat op Wikipedia wel onverkort van toepassing is. In principe kan je ook schrijven over wat je wil (natuurlijk geldt het standaard beleid wel), in eender welke taal. Je hoeft ook geen neutrale visie te hebben ten aanzien van een bepaalde topic, het is meer een kennis informatiesysteem. Er kunnen trouwens meerdere knols over 1 bepaald onderwerp worden geschreven. Ook qua opmaak zijn er geen limieten: je kan naar eigen voorkeur afbeeldingen toevoegen en HTML invoegen, maar deze laatste wordt sterk gefilterd door Google.

Google’s plan

Ook zeer opmerkelijk: je kan bij je knols Google adsense advertenties plaatsen. Op Techcrunch lezen we dat Wikipedia content ook snel te vinden zal zijn op knol. Wikipedia artikelen zijn namelijk vrij om te kopiëren onder de GNU licentie. Op die manier hebben ze toch nog een manier gevonden om de non-profit organisatie Wikipedia te verzilveren. Ze zijn daar ook niet dom hé in Moutain View.

Hé, ik ben het wel hoor

Ook nog even het volgende vermelden. Vaak hoor ik het argument dat iedereen iets op het Internet kan plaatsen onder jouw naam. Dat is ook de reden waarom vele mensen (bloggers en web2.0 mensen niet meegerekend) zo terughoudend zijn op het Internet, me dunkt. Wat volgens mij Knol echt interessant maakt, is dat het je toelaat om jezelf te verifiëren (momenteel enkel US). Je kan kenbaar maken dat jij het bent, als je een mobiele telefoon hebt op naam, of op basis van debet kaart gegevens. Trouwens, denk verder: zouden we ons ooit op het web kunnen authenticeren met onze identiteitskaart? Op die manier zijn die kaartlezers toch nog voor iets nuttig.

Maar goed, de vraag is natuurlijk of jij bereid bent deze gevoelige informatie aan Google af te staan. Op de name verification pagina valt wel te lezen:

We will not share your information with anyone other than the third party database providers that process these verifications for us, and your verification information will be treated and stored securely throughout this process. After the verification process is complete, Google will not display or share any of the information you provide except your name, which will be displayed on Knol as your verified author name.

Allemaal mooi en wel, maar nochtans zijn er enkele tekortkomingen aan de service. Mathematische vergelijkingen worden (nog) niet ondersteund en wat mij toch wel stoort zijn de nu losstaande artikelen waar geen logische of systematische ordening in zit. Maar misschien is dit juist de bedoeling en ligt de focus echt wel alleen op het individu en zijn kennis. Dan wordt het een soort van platform dat volgens mij een serieus alternatief kan vormen voor een blog waar content en kennis primeert.

Conclusie

Voor Google is Knol geld putten uit de kennismaatschappij, terwijl het voor dokters, academische onderzoekers, journalisten en konsoorten het een wedloop is naar persoonlijke herkenning. En daar doe ik maar al te graag aan mee. Reviews en suggesties zijn hartelijk welkom.

Vivaty: niet zomaar een Facebook applicatie

Vivaty is een virtuele community, volledig in de browser. Je hoeft geen afzonderlijke applicatie te installeren zoals in Second Life, hier is het activeren van een ActiveX control (Vivaty player, ongeveer 4 MB) voldoende. Vivaty is uniek omdat het zich afspeelt binnen een social networkingsite, onder de vorm van een applicatie. Momenteel worden Facebook en AIM ondersteund, maar wellicht volgen er binnenkort nog meer. Nochtans is Vivaty meer dan een louter Facebook applicatie.

Ik heb mij er alvast goed mee geamuseerd. Hier enkele foto’s van mijn Vivaty scene:

De zelfexpressie in Vivaty is echt enorm en de virtuele dimensie zorgt ervoor dat je op een speelse manier met je echte vrienden in contact komt, ver weg van het geïsoleerde Second Life. Prachtig.

Zoals in elke virtuele omgeving, kan je zelf je avatar kiezen (momenteel slechts keuze uit 6 mannen en 6 vrouwen), die je later nog altijd kan wijzigen. Je avatar bewegen, doe je met de pijltjes van je toetsenbord. Heel leuk ook, zijn de gestures (e.g. happy, angry, sad, flirty, bored, chillin’). Hiervoor zijn er sneltoetsen, ze worden ook geactiveerd als je bepaalde woorden intypt (e.g. LOL).

Interactie gebeurt via chat conversaties, in combinatie met gestures. Je kan ook een berichtje nalaten op de scene. In de facebook applicatie krijg je dan een notification gestuurd, om de integratie tussen beiden te bevorderen. Daarnaast heb je ook een friend list. Al je Facebook vrienden die de applicatie geïnstalleerd hebben, zijn automatisch ook je Vivaty Scenes vrienden. Dat is misschien ook de kracht van heel het concept: de verregaande integratie. Nu kan je je foto galerijen al inlezen. Maar kijk eens wat een mogelijkheden! Ik denk aan cross-platform operaties zoals het inlezen van je Fan pagina’s, groups en misschien zelfs data van andere Facebook applicaties (What I’m listening to applicatie bijvoorbeeld). Wow!

Het was ook verbazingwekkend te zien hoe simpel het is om je scene in te vullen. Het herschikken en het verkleinen/vergroten kost echt geen moeite. Voorlopig kan je nog niet zelf iets bouwen zoals dat in Second Life wel is, maar je hebt al wel de ruime keuze uit meubelen, toetsenborden, planten enzovoort, die je een likje verf kan geven of behangen. Ook heel hip zijn de Facebook/Flicrk galerijen. Eén keer klikken en je kan foto’s binnen Facebook in je Vivaty scene importeren en als een poster aan je muur hangen.

Ik kan eigenlijk niets dan goeds blijven zeggen: ik sta nog steeds versteld van de verpletterende technologie. Toch is er één minpuntje: de toegankelijkheid. De systeem vereisten zijn echt veeleisend: 2 GB RAM wordt aanbevolen, en je processor moet minstens 1 Ghz zijn. Met maar 32 MB VRAM op mijn moederbord kan ik de applicatie laten draaien, ondanks de 128MB VRAM vereiste. Bovendien wordt voorlopig enkel Windows XP en Windows Vista ondersteund en ben je verplicht om Internet Explorer te gebruiken. Ondertussen wordt er hard getimmerd aan een Firefox versie. Het platform is daarentegen wel heel gebruiksvriendelijk, de verschillende functionaliteiten zijn heel intuïtief terug te vinden en de navigatie is top.

Hoewel de service af en toe down is en de community nog klein is, ben ik ervan overtuigd dat mits wat buzz (zoals dit) het Vivaty geweld langzaam toe zal nemen.

Tenslotte, enkele leuke scenes die ik al tegenkwam:

  1. Carmen’s Scene
  2. Keithm’s Scene
  3. Tony’s Scene

Als je ook een Vivaty scenes hebt, kom gerust eens langs.

Eerste keer bij Amazon

Vandaag heb ik drie boeken gekocht via ‘t Internet. Amazon was de keuze, omdat de boeken Amerikaanse publicaties zijn. Natuurlijk kan je ze ook wel bij Azur of Proxis verkrijgen, maar daar liggen de aankoopprijzen steevast hoger.

Voor wie wil weten welke boeken ik kocht: The Long Tail (binnenkort meer daarover) van Chris Anderson, editor-in-chief bij Wired; het actuele The Wisdom Of Crowds en Radically Transparent: Monitoring and Managing Reputations Online. Maar daar wil ik het niet over hebben.

Mijn eerste gedacht was dat het het geschikte moment was om overzees bij Amazon.com te bestellen, omwille van de aanhoudende lage dollarkoers. Na wat research bleek dat een slecht idee te zijn, omdat er nog eens fikse importkosten bovenop kwamen: wat een teleurstelling, seg. Toen ging er plots een belletje rinkelen en wist ik weer dat er ook zoiets bestaat als een Europese Amazon. Sterker nog: de Britten, de Duitsers en de Fransen hebben tegenwoordig hun lokale versie. En blijkbaar kan je bijna alle artikelen die bij het moederbedrijf te vinden zijn ook op de Europese versies ervan vinden, waardoor het aanbod enorm is. Tussen haakjes: die sites leiden een eigen bestaan, met afzonderlijke logins. Dat is nog te begrijpen. Maar waarom kan ik in godsnaam mijn wishlist niet importeren van de Amerikaanse in de Duitse of Franse amazon? OPML misschien? Hé jongens, al gehoord van dataportabiliteit? Ach ach, misschien moet ik maar niet te kritisch zijn.

Ik had schrik van de sterke euro koers, maar je moet rekening houden met de conversie van dollar naar euro, waardoor je eigenlijk niet veel verliest (exportkosten voor Amerikaanse bedrijven zijn zéér laag). Je moet je wel goed informeren over de verschillende tarieven, taksen, levertijden enzovoort, anders wordt je serieus in het zak gezet. Er bestaan immense verschillen. Uiteindelijk bleek de Franse Amazon de goedkoopste te zijn. Met BTW-tarieven en verzendkosten doorgerekend. Ik kocht daarom in Frankrijk, net zoals met mijn Eee het geval was. Vive la France!

Moraal van het verhaal: waarom overzees bestellen (en indirect meer risico hebben dat mijn pakketje verloren gaat onderweg) als het dicht bij huis goedkoper kan. Wisselkoersen zijn hier niet de doorwegende factor. Enfin, nu nog zien hoelang het duurt vooraleer ik de boeken in mijn handen vast heb en aan het lezen kan gaan.

De Fiat 500: een streling voor het oog

Eigenlijk vind ik die Fiat 500 echt wel een stijlvolle wagen. Klasse.

Op de Fiat site:

De 500: vandaag het ultieme hebbeding, morgen een klassieker.

Zo waar! En mocht ik kiezen tussen de 500 of een Mini (de vergelijking gaat op hoor!), ik zou het vlug weten.

Fiat heeft mij nooit kunnen bekoren (hoe verschrikkelijk lelijk doch schattig zijn die Panda wel niet?), maar de 500 is prima: een milieu vriendelijke en compacte wagen die weinig verbruikt en veilig is (en een USB aansluiting heeft!). Echt alleen maar om het verleidelijk design (retro stijl) zou ik hem al kopen.

Randapparatuur en toebehoren

Zo, vandaag heb ik nog wat computer toebehoren gekocht. ‘t Is te zeggen: een cardreader en wat RAM geheugen.

Bij Tones kocht ik een cardreader want noch mijn PC, noch mijn notebook hebben zulke poorten. Trouwens, als je met meerdere digitale camera’s en GPS zit dan zijn die bedradingen behoorlijk vervelend hoor. Dat is vanaf nu verleden tijd: SD-kaartje erin en gaan, zowel lezen als schrijven.

En dan ten tweede: een RAM-upgrade, omdat mijn Acer Aspire 1640 last heeft van het burn-out syndroom. Ik heb ineens maar 2 SO-DIMM DDR-2 latjes van 1 GB gekocht. Buffalo is een goed merk trouwens, maar Kingston ook. Misschien gebruik ik ze dual, misschien steek ik er één in mijn Eee subnotebook. En dat die dingen nog maar 19 euro per stuk kostten verbaasde me wel. Alternate heeft tegenwoordig ook een Belgische winkel, dus ben ik daar maar eens binnengesprongen. Bij Alternate moet je wel goed zien dat het materiaal sealed is, die mannen durven namelijk wel eens te foefelen, heb ik horen zeggen.

In ieder geval: het zal deugd doen dat ik zonder moeite Photoshop zal kunnen draaien terwijl Winamp speelt en Firefox zich door bochten wringt.

De web-based virtuele revolutie

Second Life was geïsoleerd. Het was een eigen leven gaan lijden, ver geïsoleerd van het wereld wijde web. Hoewel Kaneva social networkingsites al eerder succesvol gecombineerd heeft met een virtuele wereld, blijven het web en de wereld twee strict gescheiden aangelegenheden. Het web aspect is slechts een toevoeging, een middel. Maar goed, daar lijkt nu verandering in te komen. Sterker nog: Juli lijkt wel de invasie te zijn van de web-based 3D omgevingen.

Het concept is dat alles in je browser dient te verlopen, om zo de drempel te verlagen. Er is dan ook geen externe applicatie meer nodig zoals bij Second Life wel het geval was. Het onderscheid met de traditionele virtuele wereld is er, in die zin dat er niet echt sprake is van een wereld an sich. Vaak zal men met scenes of rooms werken. Consequentie is dat de ruimtes waarin je kan bouwen en rondlopen fysisch afgebakend zijn. Bovendzien zijn deze scenes HTML-gezind: je kan ze eenvoudig embedden in je blog of eendere andere web pagina. Tenslotte is het doel van deze omgevingen nog steeds het op een speelse manier interactieve communicatie tussen mensen toe te laten aan de hand van gepersonaliseerde avatars.

Je hebt reeds verscheidene spelers. Zo hoopt Google met Lively te kunnen scoren. Daarnaast heb je nog Vivaty dat in wezen een applicatie is binnen sociale networking sites. Voorlopig worden enkel Facebook en AIM ondersteund, maar daar komt weldra verandering in. Lively en Vivaty hebben met elkaar gemeen dat ze gebruik maken van ActiveX controls en bijgevolg voorlopig enkel maar werken onder Vista en XP. Beide bedrijven stellen echter dat ze binnenkort ook Mac en Linux zullen ondersteunen.

Vandaag kondigde The Electric Sheep  Company (bekend voor haar bedrijfsmatige oplossing in virtuele werelden) Webflock aan. Het verschil met voorgaande bedrijven, is dat Webflock aangeboden wordt onder de vorm van private virtuele werelden. De technologie is het schaalbare Flash. Een volledige implementatie is mogelijk voor $100,000.

Denken jullie dat het fenomeen zal aanslaan? Vergemakkelijkt het communicatie of is het maar een tijdsverspilling?

Graag wens ik in het kort deze services te bespreken. Binnenkort kan u ze hier lezen en voor de duidelijkheid gebruiken we screencasts!

Go go Leterme!

Hoe hard hij ook geprobeerd heeft, het mocht niet baten: Leterme is drie keer gebuisd. Alles zit muurvast en zo kunnen we niet verder, luidt het. De deadline van 15 juli voor een communautaire akkoord werd niet gehaald. Het federalisme is verleden tijd en moet plaats maken voor het confederalisme. De bal ligt in het kamp van de Franstaligen, zeggen ze bij het kartel CD&V/NVA, terwijl Wallonië zegt dat de bal in het kamp van het kartel ligt.

FAIL Leterme

Van Leterme werd véél verwacht. Hij zou eindelijk de staatshervorming doorvoeren. Niet dus. Treft hem nu schuld? Neen! Het zijn de Franstaligen die roet in het eten gooien. Als ze nee blijven zeggen komen we nergens. Ze willen blijkbaar wel een staatshervorming doorvoeren en blijven geloven in Leterme, maar dat maakt hen er niet geloofwaardiger op. En nee, ik heb niets tegen onze Zuiderburen. Waarom zou ik ook? Hun attitude is desalniettemin on-aan-vaard-baar. En Joëlle Milquet is een straffe madam: ze wil een oplossing vóór 21 juli (de nationale feestdag, hé). Uiteraard in haar eigenbelang, en weer legt ze ons op de pijnbank. Ze wil Leterme buiten spel zetten door de dialoog te blokkeren en telkens nee te zeggen. Haar hormonen zijn duidelijk uit balans; iets anders als non komt er niet echt uit.



Laat ons eerlijk zijn. Een deadline zegt niets, het gaat hier over de toekomst van België; dat is niet op één-twee-drie opgelost. Het is niet dat we niet geïnteresseerd zijn of dat het ons onbewogen laat. Zo durft men zelfs politiek bedrijven correct vergelijken met project management: een IT project faalt omdat men over budget en tijd zit of omdat men buiten scope zit. Nog meer IT zelfs: kijk naar het positieve wat we doen in softwareontwikkeling en interaction design.

Maar to the point. We moeten niet rond de pot draaien, er moet nu een oplossing uit de bus komen. De koning die opgezadeld is met de situatie moet klare taal spreken en het Paleis moet Leterme zijn ontslag niet aanvaarden. Laat de huidige regering zijn ding maar doen! Immers: Dehaene, Van Rompuy en zelfs Peeters slaagden er niet om de van België op te lossen. Wie gaat het dan wel oplossen? En hoe? Vertel me dat maar eens. Reynders aan de macht? Laat me niet lachen. Of hoe de splitsing van een kieskring kan lijden tot het in twijfel trekken van de Belgische Staat. Misschien is het wel omdat we in een tijd leven waar welvaart ondenkbaar is, waar we koopkracht hebben en een hoge pensioenuitkering mogen ontvangen. Enfin, al goed dat we met heel de situatie nog kunnen lachen.

Nee, ik blijf geloven in België. Beide partijen moeten water bij de wijn doen. Geef de deelstaten en regio’s meer financiële middelen en bevoegdheden zodat ze onafhankelijke beslissingen kunnen doorvoeren, splits Brussel Halle Vilvoorde. Alleen dat is een garantie voor het voortbestaan van België. Samen zijn we sterk: eendracht maakt macht.

Ik reken op jullie, Franstaligen!