Silicon Valley: Computer History Museum, Stanford en Google

Silicon Valley hoeft geen uitleg. Niet alleen is het het epicentrum van de elektronica-industrie, het is ook gelegen in San Jose, de derde grootste stad van California met het laagste criminaliteitscijfer van heel de Verenigde Staten.

Tijdens de studiereis bezochten we het Computer History Museum, Stanford University en Google. Hetgeen ik zag was impressionant. Serieus, mocht ik de kans hebben om daar een nieuw leven te starten dan zou ik dat meteen doen.

In het Computer History Museum vind je een overzicht van de korte geschiedenis van de informatica. Eerst zagen we de Babbage Engine. Charles Babbage ontwierp de difference engine in 1873, maar heeft die nooit kunnen bouwen. Het is verbazingwekkend te zien hoe zijn plannen werkelijk de tijd vooruit waren, maar vooral dat die plannen ook nog eens levensecht uitgewerkt kunnen worden! Verder zagen we allerlei supercomputers zoals die van CRAY, de IBM 360, de eerste boeken over COBOL en FORTRAN en robotjes zoals de R2-D2. Zeker de moeite als je de kans hebt om eens een bezoek te brengen. Tussen haakjes: aan de inkom stond een Tesla!

Stanford University is magnifiek. Inderdaad, het is hier waar Larry Page en Sergey Brin studeerden en de fundamenten van Google werden gelegd. De universiteit bevind zich in een prachtige omgeving. Het is als het ware een dorp, met eigen watervoorziening en politie garde. Compleet anders in vergelijking met onze universiteiten (en ook het prijskaartje om er te studeren). Ze hebben een eigen kerk, een museum voor beeldende kunsten, palmbomen en binnenpleintjes dat het niet meer schoon is. Het neemt allemaal extreme proporties aan, net zoals de rest wat ik zag in de Valley.

Enkele weetjes: de klokken zouden zijn ontworpen door Belgische ingenieurs en u weet of u weet niet dat onze prins Filip op Stanford heeft gestudeerd en een masters of art in de politieke wetenschappen behaalde (op welke manier is een andere vraag).

En tja, dan gingen we onverwacht naar de Googleplex (hey, way better dan het oorspronkelijke idee om naar het Intel museum te gaan!). Drie engineers (geen PR mensen!) begeleidden ons. Hoewel we ongeveer de standaard dingen zagen, heb ik een goed idee over hoe de Googleplex werkt. Hetgeen ik erover heb gelezen werd bevestigd. De Googleplex is een speeltuin. Bureau’s zijn tentjes, overal staan er whiteboards waar creatieve uitingen op neergepend staan. Je kan er je kleren wassen, je haar laten knippen, volleybal spelen of een duik in een van de vele zwembaden nemen. Je hond meebrengen (geen katten, want die zijn niet intelligent genoeg) is trouwens ook geen probleem.

We aten in het nieuwe restaurant en ik sprak met engineers van het Chrome team over hoe ze communiceren met Android mensen en ik mocht aanhoren en zien dat alles heel bottom-up is (het zeer recente Google Moderator is daar een voorbeeld van).

Het was ronduit fantastisch en nu loop ik fier rond met mijn Google shirt. Het bedrijf verbaasde me door haar transparantie en authenticiteit. Het vormde blijkbaar ook geen probleem om beelden vast te leggen.

Een unieke beleving was het.

Gratis nieuwe haarsnit

Vorige week toen ik in stevige wandelpas een weg baande op de Meir om nog op tijd in de les strategisch management te geraken, werd ik aangesproken door een jonge man die mij een gratis kapsel aanbood bij TONI&GUY.

Aangezien ik toch toe was aan een nieuw kapsel kon ik deze kans niet laat liggen en zo bevond ik mij even later in de jodenstraat. Ik had al wel eens van TONI&GUY gehoord, ik stelde mij er een hip kapsalon bij voor. Bleek het om een heuse professionele academie te gaan. Ver van mijn bed, want ik ga meestal naar een ordinair kapsalon.

Eerst werd er een drankje aangeboden en toen lagen er drie boeken voor mij, waarbij ik het brave advies maar heb opgevolgd (zolang het maar niet te extreem was). Het werd een twee en een half durende sessie (no kidding). Op de millimeter werd er geknipt en het haarwerk was bij momenten absurd. Maar kom, het was ferm de moeite en ik ben wreed content met het eindresultaat.

Ook geïnteresseerd in een gratis kapsel? Stuur een mailtje naar academy at toniandguy.be en dan pronk jij binnenkort ook met een hippe haarsnit. Vertrouw maar op mijn aanbeveling!

Web meets world

Web 2.0 expo in New York is al een weekje voorbij, maar omdat er verschillende interessante figuren presenteerden, nam ik de tijd om de voordrachten eens door te nemen op YouTube. Tim O’reilly gaf me heel wat inzichten via zijn Enterprise Radar.

O’reilly heeft het over web meets world. Web 2.0 moet zich eens serieus gaan nemen door wereldse problemen aan te pakken. Dingen die er werkelijk toe doen. Een ander perspectief, waarbij hij de huidige belabberde toestand van web 2.0 wil aankaarten.

Collaboratie (met klanten en leveranciers) is weer cool, zoals mijn prof zei. Dat is ook waarvoor heel de web 2.0 heisa om draait: op basis van collectieve data tot een betere oplossing komen. Maar die oplossing moet wel van nut en verantwoord zijn, en dat is nu vaak niet het geval.

Een bedrijf zoals slide (bekend van Facebook applicaties zoals Top Friends, Funspace en Superpoke!), dat een business model heeft dat volledig afhangt van Facebook kun je nu niet echt een wereldverbetering noemen, net zoals al die nutteloze Twitter applicaties. Web 2.0 is een party geworden, net zoals groene technologie (we verkopen het idee, zoals Friedman argumenteert in zijn nieuwe boek Hot, Flat, and Crowded).

Neen, O’reilly heeft het over satellieten die orkanen volgen. Doe daar iets mee. Anticipeer op Tsunami’s via sensoren die weelderig aanwezig zijn in onze apparatuur, maar die nu onbenut blijven. En ook zegt hij: het ecologisch systeem wordt uitgebuit. We nemen, maar geven niets terug. Het is nu dat we armoede moeten bestrijden en aardbevingen detecteren. En wist je dat er meer slaven zijn dan ooit tevoren? Hoe spaar je energie met IT? En juist nu in miserabele tijden, te midden van een financiële crisis, armoede en politieke instabiliteit. We nemen het allemaal te licht op en behoren te anticiperen, niet reageren.

En het begint met kleine dingen, zoals bijvoorbeeld Loic Le Meur die op picnic vertelde hoe hij met seesmic de situatie heeft aangepakt waarbij er een persoon zijn zelfmoord aankondigde. Onmiddellijk werd de politie verwittigd en het IP adres overhandigd. Of je herinnert je misschien nog wel het verhaal waarbij een Egyptenaar gewag maakte op twitter dat hij gearresteerd werd. Dat ene bericht werd meteen opgepikt en vormde zijn redding. Dit zijn twee voorbeelden op individueel niveau, maar ze tonen wel de kracht aan van deze zogenaamde web 2.0 applicaties; hoe ze levens kunnen redden en de wereld veranderen.

Een groep is meestal intelligenter dan een expert. InSTEDD is daar een mooi voorbeeld omdat ze huidige technologie inschakelen in combinatie met collectieve intelligentie om ziektes als vogelgriep en SARS te detecteren en isoleren, maar ook om zich voor te bereiden op mogelijke rampen. En hoe fantastisch is het recente idee van YouTube wel niet om gebruikers toe te laten video’s te adresseren naar de overheid om het armoede beleid aan te kaarten. Tenslotte wil ik het nog even hebben over Blog Action Day op 15 oktober. Bedoeling is om de dialoog rond armoede aan te zwengelen, door massale participatie op blogs en andere social media. Ik nodig jou ook uit om mee te doen.

Er is dus ongelooflijk potentieel voor web meets world. We are not done yet.

Bezoek aan IBM Almaden Research Center

Op woensdag 17  september vond je ons (studenten, prof en assistenten departement beleidsinformatica) in het IBM Almaden Research Center, het tweede grootste onderzoekscentrum van IBM na Watson.

Het complex heeft zowaar een private toegangsweg en herbergt zich in het heuvellandschap van San Francisco. Een unieke omgeving, wat achteraf ook bevestigd zou worden met een tour rond de gerenoveerde gebouwen waar onder andere ook een volleyball veld te ontdekken valt. Hoewel oorspronkelijk was gekozen om onderzoek af te schermen van het stadsleven. Nu gaat men er juist voor opteren om zich met de klant te verweven en op een efficiëntere manier in contact te treden door een brug te bouwen met bijvoorbeeld het SF labo.

En nu de presentaties op basis van notities.

Global Technology Outlook

Eén vraag: hoe innoveert IBM? IBM stort zich op een diversiteit van disciplines, gaande van fysica naar het meer mathematische en de gedragspsychologie.

Je hebt Moore’s Law, het feit dat elke 24 maanden het aantal transistors dat op een chip kan worden geplaatst gewoon verdubbeld. Is dat efficiënt? In Computer Science zie je ook dat het web een legacy systeem is geworden. Er wordt nog weinig geïnnoveerd: is er reden om het web te herontwerpen?

Wat IBM kwalificeert als innovatie is niet louter het uitvinden van algoritmes, gadgets en widgets. Uitvinding gaat immers steeds gepaard met inzicht.

Het innovatie ecosysteem van IBM ziet er als volgt uit.

Tools for Innovation

Innovation Jam

Innovation Jam was wellicht het meest indrukwekkende wat ik die dag zag. Innovation Jam is het idee van een globale brainstorming over het Internet. Het verwerpt het in het wilde weg bloggen, waarbij je wel verschillende ideeën en perspectieven hebt, maar waarbij deze ideeën compleet gedecentraliseerd en gefragmenteerd zijn.

IBM medewerkers krijgen de mogelijkheid om familie en vrienden uit te nodigen om mee te doen aan de sessie. Vorige jam was goed voor meer dan 150000 participanten die de mogelijkheid hadden om gedurende 72 uren één vraag te beantwoorden: where do you see IBM going?

Technisch gezien werkt het volgens het eClassifier principe. In essentie wordt er op de achtergrond gecrawled, dan vindt er clustering plaats en tenslotte worden gelijksoortige ideeën geaggregeerd.

Hieruit kwamen dan 10 potentiële nieuwe businesses (bv. 3D Web, Digital Me, Integrated Mass Transit IS) te voorschijn waar in geïnvesteerd werd, waarschijnlijk gevolgd door de verwerving van talrijke patenten.

Global Technology Outlook

Wat voor impact heeft een bepaalde technologie op de business, klant en industrie? Hier gaat het om het aspect van forward looking.

Het idee van de GTO Genetic Map waarbij nieuwe ideeën niet alleen geïdentificeerd worden, maar vooral ook gesitueerd. Misschien kadert het idee in kwestie inderdaad wel in een groter geheel van evoluties of ontwikkelingen.

Ze spraken over nieuwe ontwikkelingen in het domein van het CiC web platform, open source, tagging enzovoort. De vraag waar het om gaat: hoe maak je die dingen verdienstelijk?

Global Innovation Outlook

Dit is een laatste manier van innoveren. IBM probeert om de overheid, universiteiten en het bedrijfsleven bij haar innoveren te betrekken door samen naar oplossingen te zoeken voor problemen op cultureel-, samenlevings- en bedrijfsniveau.

Een mooi voorbeeld is het Afrika waar het probleem het ontbreken van infrastructuur is. Uit onderzoek is gebleken dat GSM minuten op gelijke hoogte staan met valuta.

Services Science Management Engineering (SSME)

Services situeren zich op de hoogte van middleware, zoals web applicaties. Wat Business & IT services betreft, zie je dat 85% van de winst wordt gemaakt in IT services. Een nieuwe instantie van software produceren is quasi kosteloos, maar voor business services ligt dat heel wat moeilijker. Hoe maak je business services dan winstgevender?

Het gaat er niet om dat je een product verkoopt aan een klant. Nee, je wilt de klant beter maken. Als je engines verkoopt aan Air Bus, verkoop je geen engine maar wel vertrouwen aan Air Bus.

Ook bestaat er niet zoiets als een Moore’s Law van services. In welke services ga je namelijk investeren? De hoeveelheid data is verdubbelt en wat Amazon.com heeft gedaan is daar voordeel uithalen. Meer data, betekent betere recommendations en dat resulteert in betere verkoopcijfers.

Je hebt altijd een provider en client; er zijn steeds meerdere lagen nodig. Organisaties bestaan uit complexe interacties vandaag en iteratief denken is aan de orde in plaats van lineair denken. Tacit knowledge, oftewel gespecialiseerde kennis vereist om gespecialiseerd samen te werken. Systeem administrators van morgen moeten in staat zijn om te interageren en communiceren op nieuwe horizonten. T-shaped people, daar draait het om.

SSME is nog vrij nieuw, de ideeën erachter zijn nog vrij abstract. In welke services gaat de overheid moeten investeren? Op zulke vragen wordt een antwoord gezocht. Ooit wil men naar het niveau van het elektromagnetisme, zodat Service Science een evenwaardige discipline wordt als Computer Science.

Database Futures

Deze presentatie sluit eigenlijk heel dicht aan bij de presentatie die we ook te horen kregen in het Silicon Valley Lab. Shared nothing architecture wederom en er moet vooral veel gewonnen worden in het domein van performance en reliability. En dan heb je MQT om sneller queries uit te voeren door middel van caching.

Oh ja, en SOAP! SOAP in SQL queries gebruiken: het is geen toekomstmuziek meer. Bijvoorbeeld, voor FedEx gebruik je GetTrackingInfo(order.id) als SOAP in SQL.

En windowing functies door het OVER statement. Je kan dus zomaar tussen preceding en following, het principe van het sliding window dus toegepast.

Hetgeen ik het meest vooruitstrevend vond is lineare regressie. Stel u voor: lineaire regressie binnen SQL. Het is mogelijk in DB2! Je doet iets in de trant van WITH dt(a, b, sigma) en dan SELECT FROM dt.

In het kader van web2.0 applicaties die liever geen SQL gebruiken, maar veelvuldig XML toepassen: praise xmlquery()! Hier ook weer in twee richtingen: relationeel en hiërarchisch.

Tenslotte gaat men meer en meer aan de hand van Information Discovery na of men geen gelijke subsets kan onderscheiden. Welke elementen? Wat zijn de dimensies? En ja, metadata wordt gegenereerd.

Ook werd er gewag gemaakt van DBPubs, een soort van mashup voor academische papers en bijgevolg het ultieme voorbeeld van het vernuft van nieuwe database technieken. Door middel van multidimensionale data analyse ontdek je heel eenvoudig de topics van papers en auteurs die verwijzen naar een bepaald paper. Kijk zelf en oordeel.

Healthcare

Deze presentatie handelde over wat IBM gerealiseerd heeft in de healthcare sector. Het was althans een mooie case.

Semantics zijn ontzettend belangrijk voor healthcare. Met IHE is het de bedoeling om een standaard te creëren, maar geen W3C standaard.

Informatie moet ook makkelijk gedeeld kunnen worden. Nu is die medische informatie trouwens aanwezig in meerdere repositories (ziekenhuis A, arts B, arts C,…). Laten we dan ook alles op één plaats centraliseren, waarbij interoperability vanzelfsprekend nodig is.

Via het Open Healthcare Framework binnen Eclipse kan je makkelijk connecteren tot de service en er bovenop bouwen. Daarnaast is er ook nog een webservice, en blijkbaar is de verhouding 50/50 tussen het gebruik van beiden.

Het voorbeeld van het Middle East Consortium, waarbij IBM de leiders van het Midden-Oosten samenbracht en hen de infrastructuur gaf, met een web2.0 applicatie (inclusief xml om te analyseren en statistieken te vergaren) wijst op de kracht van het initiatief.

Kijk ook eens naar het indrukwekkende Medical Information Hub/ASME, waarbij anatomische informatie gemapt wordt naar een 3D model.

Cloud Computing

De volgende presentatie gaf niet zozeer een definitie over wat Cloud Computing nu juist is. Wel gaf je het inzicht om je te situeren in de wederom brede wereld van Cloud Computing.

Maar goed, het idee is dat je je gaat focussen op je applicatie en dat je dus het datacenter gaat outsourcen naar de cloud in plaats van eigen datacenters in te planten.  Maar het is allemaal begonnen bij Grid Computing, en toen was er Utility Computing en SaaS. Deze gaven mee vorm aan de concepten achter Cloud Computing.

Je moet als bedrijf steeds afwegen en je balanceren tussen kost versus risico op privacy en veiligheidsproblemen evenals de SLA‘s grondig bestuderen. De opportuniteit is er sowieso. Een ander punt waarop gewezen werd, is het feit dat het nu nog een hype betreft. Mensen zijn ook niet comfortabel met nieuwe technologieën en zijn vaak terughoudend. Kijk maar naar online banking, dat 10 jaar nodig had om van de grond te komen.

Je zou IBM ook niet meteen associëren met Cloud Computing. En het is weer bewezen dat ik mijn vooroordelen opzij moet schuiven. Hoe je het draait of keert, IBM heeft expertise (bottom-up!) en kan dat eenvoudig toepassen.

Hoe ziet een Cloud Computing configuratie er dan uit bij IBM? Eigenlijk vanzelfsprekend is dat een Z-serie machine, waar dan 1000 virtuele machines op draaien, waardoor er ook minder energie verbruikt wodt. Deze virtuele machines opereren parallel en berekeningen gebeuren dus op zeer uiteenlopende plaatsen.

Cloud Application Providers

Ten eerste heb je service brokers, die zich specialiseren in het repackagen en management issues aanpakken. Voorbeelden zijn morph Labs en rightscale. Daarnaast zijn er de application providers zoals salesforce.com, startups en SMB’s. Deze laatste twee werken op basis van het pay as you go principe, wat vendor lock-in voorkomt. Tenslotte zijn er nog de gratis diensten zoals Google apps, maar daar ben je dan weer beperkt omdat je enkel Python kan gebruiken. 

Vrij exclusief nog kregen we te horen dat IBM bezig is aan Altocumulus, een management tool om verschillende clouds te deployen. Je krijgt een soort van cloud stack on demand. Zo wordt er ook gebundeld met de Amazon cloud bijvoorbeeld.

IBM in Silicon Valley

Op 16 september zaten we in het IBM Software Executive Briefing Center Silicon Valley. En je weet het of je weet het niet: hier is in 1983 de relationele database management system DB2 uitgevonden, maar ook werden er de fundamenten van COBOL gebouwd. Een en al software zeg maar.

Bij aankomst werd er ons op gewezen dat er aardbevingsgevaar is. En zoals altijd is het niet de aardbeving zelf die de meeste schade veroorzaakt, maar wel de gevaarlijke branden die er op volgen. Bedoeling was dat we dan onder onze desks zouden kruipen. Goed om te weten.

Maar goed, wat deden we bij IBM? Een heerlijk ontbijt kregen we alvast. En dan werd er kei hard ingevlogen. Hieronder een samenvatting op basis van mijn notities.

Information on Demand

De eerste presentatie ging over Information on Demand. Dit benadrukte het feit dat IT automatisatie onder controle is, en dat nu integratie, analyse en het anticiperen op de toekomst de boventoon voeren.

Informatie heeft hoe dan ook een strategische waarde, en ook in bedrijfscontext is deze waarde verspreid over meerdere databases. Daarnaast heb je nog informatie buiten het bedrijf. Via risk analysis en interactieve on demand planning wordt er één betrouwbarde single view van de wijdverbreide databanken bewerkstelligd. 

Het tweede dat je ook wilt doen is warehousing, oftewel data van het warehouse analyseren en integreren via een informatiesysteem om deze efficïent te kunnen managen. Voeg daar tenslotte nog business intelligence (denk iets als Amazon recommendations) en performance management bij en je bent compleet. 

In dit laatste verband kan men opmerken dat snelheid, volume en betrouwbaarheid belangrijker zijn dan ooit. Vijf miljoen transacties per seconde zijn niet meer ongewoon en elke milliseconde die gewonnen of verloren kan worden is van levensbelang.

Wat IBM ook doet, is het aanleveren van starter kits en templates om de optimalisatie te vereenvoudigen. Industrie standaarden, strategie, infrastructuur en overheid zijn hier belangrijk. Laten we ook niet vergeten dat informatie gearchiveerd of gedelete moet worden na x aantal jaren. Ook dat doet IBM, om uiteindelijk een uitgestippeld plan van begin tot einde te bekomen. Dit is wat IBM bedoelt met the information agenda.

Content Manager Solutions and Directions

Een tweede presentatie ging over content management. 

Je hebt vandaag veel te maken met ongestructureerde content zoals video, XML (en alle social networking sites) en alle andere data dat niet database driven is. Bovendien genereren ERP paketten ook nog eens ongestructureerde content (bv. facturen). Je eindigt dus met 80% ongestructureerde content. 

Hoe ga je dan het financieel risico zo kunnen reduceren om een competitief voordeel te creëren?

Ten eerste heb je personal content zoals IM en blogs.  Deze zijn extreem horizontaal, net zoals Content Collaboration (denk bv. CAT drawings). Tenslotte heb je nog Content Enabled Applications, welke specifieke applicaties zijn voor bijvoorheeld het departement financiën.

Records Management werkt met behulp van taxonomieën en analytics om orde in de chaos te brengen. Actieve content verandert voortdurend en versioning is daarbij genoodzaakt. Business Agilitiy vereist om processen te mappen en zelfs simulaties uit te voeren. Je moet vooral niet vergeten dat het geheel compliant moet zijn op enterprise niveau en dat content overal verspreid is. IBM reikt ook UI hooks aan om het leven voor de eindgebruiker te vereenvoudigen, evenals templates en digital asset management oplossing zoals we die ook in Drupal kennen om digitale content zoals video/streams te managen. 

Bij IBM zijn ze ook niet vies van mashups en widgets en zo hebben ze bijvoorbeeld ook iets dat business rules management reguleert, ILOG genaamd. Wat mij ook wel verbaasdde was de aangehaalde coopertition met Microsoft Sharepoint.

Task connectors crawlen repositories en in essentie wordt een pijp gebouwd waarlangs geformatteerde data passeert (pull and drag fenomeen), terwijl de target connectors juist kijken waar data naartoe gaat (a.d.h.v. bijvoorbeeld tags).

Uiteindelijk draait het om de klant: wat is het ROI van die single database view?

Data Warehousing and Business Intelligence

Data Warehousing is de mogelijkheid om data uit het warehouse te halen, deze te analyseren, eventueel transformeren en de complexiteit eruit te halen. Business Intelligence is het proces waarbij data geanalyseerd wordt en in een verantwoorde manier wordt toegepast (bv. product recommendations, similar products enzovoort).

Bij traditionele warehousing blijft fraude een louter feit, bij dynamische warehousing analyseert BI de data, nog voor er een claim van fraude volgt. Mogelijke problemen worden gedetecteerd aan de hand van red flags. Welke klanten vertrekken mogelijk? Hoe kunnen we een bepaalde situatie anders aanpakken? Hoe kan je de verkopen optimaliseren?

Het draait niet om de kostenbesparing an sich, maar om het competitief voordeel dat er mee gepaard gaat.

Het overkoepelende idee blijft om een single view van de verschillende databasese te hebben, zoals al eerder opgemerkt. Dit idee wordt nu verder uitgebreid naar een window tussen BI en Warehousing, resulterende in een three-tier architectuur bestaande uit de hardware layer, de data layer en de performance layer (het window).

Uiteindelijk kom je tot een betrouwbare en performerend geconsolideerd warehouse: de meerdere layers zijn er nog steeds, maar je hebt alles op één centrale plek.

DB2 Trends and Direction

Via een eclipse plugin Design Studio genaamd kan je een type analyse kiezen om nieuwe associaties van data te extracteren. 

Het IBM DB2 Warehouse biedt pregeconfigureerde units, 1 nummer voor support en plug & play opties standaard aan.

Aan de hand van OLAP, een methode om snel de context van business vereisten te begrijpen (10 dollar is oké, maar wat is de context van die 10 euro precies?) in een veelheid van multi-dimensionale data in een database. Via MDX queries wordt data opgevraagd van een Cube server (cubes representeren geheugen in een bedrijfscontext, de server is de OLAP Provider), deze zendt deze naar de DB2 Warehouse en dan wordt het weer teruggestuurd.

Op ongestructureerde data wordt eerst een basis linguïstische analyse uitgevoerd, dan wordt metadata geëxtracteerd en vindt data mining plaats (dit wordt dan geïntegreerd met bijvoorbeeld MS Office om in een begrijpbare vorm te worden gepresenteerd voor business manager en rapporten voor CEO worden aangeleverd in PDF en niet te vergeten met toegankelijkheid in het achterhoofd). Tenslotte vindt er OLAP plaats.

DB2 Trends and Direction

De laatste presentatie was heel technisch en Computer Science gerelateerd. Het handelde over de trends in database ontwikkeling en scalability.

Tegenwoordig wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van hash distributie of paritition van data volgens een range (bv. shipdate). Je hebt een homogene distributie en queries lopen in paralllel. Vervolgens wordt de data gepartioneerd, oftwel clustering toegepast, om een betere performantie te halen en dat op meerdere machines om het warehouse te vormen. En dan ging het nog over scalability met een shared nothing architectuur. Immers, als de data al gepartitioneerd is, kan deze verwijderd worden. Het betreft een multidimensionele clustering waarbij de data fysich wordt geclusterd in regions (bv. BNP 2004, BNP 2005 etc.), waarbij dan data sequentieel ingelezen wordt.

En toen ging het over solidDB. In essentie gebeurt alles in memory (als het crasht kan je het makkelijk recoveren), waardoor de response tijd voor lezen en schrijven korter wordt. Het is volledig functioneel met API’s (ODBC, JDBC,…) om DBMS‘en aan te spreken. Bovendien kan het zeer goed ingebed worden en replicatie is mogelijk in geval van faling. Die gegevensreplicatie gebeurd via HADR.

En toen ging het over databases en xml. IBM hamert op xml industrie standaarden. 

Hiërarchische xml wordt omgezet naar tabellen. Je krijgt 1 XML tabel in plaats van 100 tabellen zoals vroeger de standaard was. Een xml schema omzeten naar een relationele tabel gebeurt via XMLSpy. Je krijgt dus een SQL statement in de vorm van: CREATe TABLE T (ID int, trade XML);, waarbij je de XML hiërarchish opslaat en zo opvraagt.

De technologie die achter het XML datatype dat hiërarchisch opgeslagen wordt zit, wordt pureXML genoemd. Dus echt pure XML in de database. Geen afzonderlijke files meer, maar er wordt wel compressie toegepast. Zowel XPath als Full Textsearch kan worden gekozen.

Men had het tenslotte over workload management wat betekent dat sommige applicaties belangrijker zijn dan andere. Denk richting gold customers. Deze krijgen dan voorrang en
dus een betere performance toegewezen. En verder had je ook nog label based access control: per rij in de database wordt een user sessie meegeven.

Tour of the Computer Center & Tour of the Usability Center

Om de dat af te sluiten kregen we nog twee rondleidingen.

Het Computer Center is een data center waar software wordt getest en massa’s systeem operatoren werken. Ik was niet zo zeer onder de indruk, buiten die kabels waar 4 Terabyte (als ik mij niet vergis) door vliegt. Vraag die ik me stel: waarom daar een data center planten, nog wel dichtbij de San Andreas breuklijn (tussen haakjes: Google doet koelen tegenwoordig op een boot in de oceaan)?

Het Usability Center werd voorgesteld door (hoe kan het ook anders) drie Aziaten, klein in size. Geen eye tracking, maar wel camera’s  in een natuurlijke omgeving waar je het gevoel hebt dat men werkelijk naar je luistert. Kortom, je voelt je er op je gemak. Surf eens naar de Lenovo site en zoek een docking station accessory voor de T60. Wat is niet duidelijk? Wat kan eenvoudiger? Zo’n dingen.

San Francisco: 17 Miles Drive

En we zijn al dag drie: nog een beetje meer San Francisco. Vandaag
gingen we naar Monterey, een toeristisch stekje zo’n 138 km van het
centrum. Lange rit, maar indrukwekkende natuurlandschappen.

Monterey is een toeristisch oord, eigenlijk een kleine havenstad. Eerst bezochten we het Montegrey Aquarium, ‘t schijnt het grootste aquarium ter wereld. Allerlei visshows met echte duikers en al. Maar het verveelde wel snel. Gelukkig maakten de myriade aan toeristische winkeltjes het plaatje compleet. Ik heb er nog een jenever glaasje bij en een CALIFORNIA OR BUST nummerplaat als decoratie voor op kot. Daar was trouwens ook een bank met attributen van de film Forrest Gump (o.a. dé schoenen), for your interest Bubba Gump is het eethuis waar de referentie te vinden is.

En ondertussen had mijn batterij het toch niet begeven. Verdorie ja, want het betere moet nog komen. Zonde.

17 Miles drive: eerst zagen we de chique buurt, ocean view boulevard, gereserveerd voor de gepensioneerden. Huizen worden er geleased en zijn in het bezit van de 17 mile drive corporation. Je least het wel voor 100 jaar, maar je kan de villa nooit kopen.

Dan zagen we wel vier of vijf golfvelden, die toch  wel publiek waren.
Dat moet wel indrukwekkend zijn, zo bij de oceaan golven.

Volgende stophalte gaf een mooi zicht op de oceaan. Je zag er zeehonden in het wildeweg, maar ook verschillende soorten vogels en eekhoorntjes (grotere variant dan de onze) en die beestjes waren allemaal  onwaarschijnlijk tam.
Trouwens, zeehonden verstoppen zich tijdens het paren want ze zijn toch
wel bashful. Fraaie landschappen hier!

En toen  het coole Pebble Beach met huizen precies uit Hollywood films. En
golfbanen met hertjes erop (really). Op de parking van de clubhuizen stonden een Ford Mustang, een Shelby GT 500 en een Ferrari. Ik denk dat je wel weet waar ik naartoe wil.

Toen een paar van mijn vrienden vroegen of ze met een golf wagentje mochten meerijden, zei één van de opzichters dat We’re not in Disneyland here. Mij leek het net iets anders.

En toen kwamen we aan in Carmel Plaza, wat een shopping mall is. Toen kregen we weer een ander zicht op San Francisco, met beeldende architectuur en kitcherigheid dat het niet meer schoon is. In het stadje ontdekten we geen enkele cop of ranger, noch achterdochtige mensen. Mooi. Wel verschrikkelijk duur allemaal. De typische rolls royces waren ook present.

Echt, 17 miles drive is een attractie die je niet mag missen eens je naar San Francisco gaat.

Vanavond zat ik voor het eerst in Jack in A Box, de goedkope hamburgerketen zeg maar en het smaakte like crap. Leve Burgerking!

‘K heb ook een nieuwe iPod Touch, waarover binnenkort meer.

En dan nog: ga nooit naar Starbucks voor gratis WiFi, ook al staat het op de deur. ‘T is namelijk voor residents van de US zelf en je moet klant zijn bij AT&T of T-mobile. Je weze gewaarschuwd!

Peace.

San Francisco!

Ja, ik leef nog. Ik heb even tijd genomen om naar een fancy, lounge-achtige bar (Sugar Cafe) te trekken met internet.

De heenreis was de moeite. Acht uur vliegen naar Atlanta, alwaar het 24 graden was (en waar ik niet op voorbereid was).  Bij het afhalen van de bagage had ik weer prijs, ze was er dit keer wel, maar ik was de laatste van heel de groep die zijn valies terugvond. Waarom dan een opvallende bordeaux-kleurige Samsonite spinner type kopen? In de luchthaven verkopen ze daar iPods. Jawel, uit de automaat.

Maar goed, eindbestemming San Francisco, en de vlieghaven ligt eigenlijk recht in de baai. Niet zo’n grote luchthaven, trouwens. Meteen een rondrit gekregen en de eerste impressies werden gevormd. Je zag al direct de fog die opdoemde achter de heuvels. Vrij grote stad ja, met 700.000+ inwoners.

Ons hotelletje ligt midden in het centrum, de kamers zijn relatief klein, er is een flat screen (maar geen Nintendo console zoals voorgesteld: bummer!) en de bedden zijn er veel te smal.

Ofschoon we s’avonds nog niet moe genoeg waren van de lange vliegvlucht, besloten we om nog even de stad in te trekken. Union Square ligt vlak bij ons hotel. Daar werden we al meteen geconfronteerd met de talrijke zwervers (man, man: waar komen die vandaan?) en de Apple Store (morgen de nieuwe touch eens gaan kopen) en niet te vergeten een mooi zicht op de skyline van San Francisco in (tip!) het poepsjieke hotel Saint Francine (denk ik).

Vandaag (nu is het zondag avond terwijl ik dit typ) zagen we dan echt San Francisco. Eerst met de bus een city trip van 4 uurtjes. We zagen de business districten, de enorme Golden Gate Bridge, arme en rijke buurten waarvan ik nu al de naam vergeten ben. Oh ja, het nieuwe Golden State park was zwaar de moeite (zie foto’s botanische tuin) en is zo veel mooier dan Central Park! De mensen zijn hier trouwens zeer vriendelijk en het eten is ook ok. Tot nu toe was het zoals verwacht: smorgens uitstekende koffie bij Starbucks en voor de rest fast food.

S’namiddags hadden we vrijaf. Iemand had opgevangen dat de 49’ers zouden spelen tegen de Sea Hawks (Seattle), en de kans om American Football te zien lag daar. Het was een heel gezoek en uiteindelijk zijn we er niet geraakt. Je kwam in het echte Amerika terecht. Mercedes S-klasse voor de deur geparkeerd, maar een piepklein huisje. Ook al ben je arm: je hebt hier minstens een Lexus of je bent een dakloze. Dat wordt hier blijkbaar meer gewaardeerd, chique pimp wagens. Op den duur kwamen we te laat en het zag er toch al te akelig uit, dus zijn we teruggekeerd en hebben we nog eventjes op Fisherman’s Warf rondgezwerfd (echt de moeite).

S’avonds zaten we op een boot die naar Alcatraz (Al Pacinno) reed. X-men III: the last men stand kwam spontaan tot leven. Tegenwoordig is Alcatraz gecommercialiseerd ja. Het zag er veelbelovend uit, maar bleef maar bij audio en losse woorden. Je zag het allemaal wel, de cellen, eetkamers en controlekamers maar het was niet zo bijzonder. Wel leuk.

Mijn tijd zit er op, geniet nog van de foto gallerij. En sorry voor de typfouten. Qwerty, you know. Het ga je goed, ik houd je up-to-date.

9/11: bedenking

Op 11 september zat ik doodleuk thuis. De middelbare school was op volle toeren aan het draaien, en ik zat toen in het derde jaar. Het waren glorieuze dagen toen en sindsdien ben ik niet meer zoveel veranderd.

Maar echt, nog maar vage ideeën over hoe ik het verschrikkelijke nieuws gehoord heb. Ik veronderstel via het Internet, in de vooravond, en ik ben dan volgens mij onmiddellijk geswitcht naar TV waar ik het live gevolgd heb. Hoe dan ook, de dag er na (woensdag) in school, was de ganse voormiddag (‘t is te zeggen: de les Engels) toegewijd aan de bewuste aanslagen. Over het hoe en waarom, met video beelden en al.

Het was trouwens ook dat jaar dat we het Amerikaanse volkslied leerden. Eigenlijk absurd, als je bedenkt dat ik nog elke strofe met volle borst kan meezingen, terwijl ik het Belgische volkslied nog steeds prevel.

Nu we zeven jaar verder zijn besef ik maar al te goed dat 9/11 in ons collectief geheugen is gegrift. Het was een aanslag op de Westerse samenleving. Op onze vrijheid? Een gebeurtenis die een immense historische waarde heeft.

Morgen zit ik in het vliegtuig richting het episch centrum van die Westerse cultuur, de Verenigde Staten, de bakermat van het moderne denken en onze cultuur.

Vanavond kijk ik United 93 op VTM, zoals LVB aanraadt.

Argumenten voor een WebOS

Een paar dagen geleden stootte ik op deze tweet en deze post op OSnews.

Het gaat hier over de Chrome post, waar ik het heb over het WebOS. Ik geloof echt dat Chrome concurrentie is voor de traditionele Windows desktop, net zoals Techcrunch. Is mijn titel dan zo ongelukkig gekozen?

Eens kijken wat Wikipedia zegt over een OS.

An operating system (commonly abbreviated OS and O/S) is the software component of a computer system that is responsible for the management and coordination of activities and the sharing of the resources of the computer. The operating system acts as a host for applications that are run on the machine. As a host, one of the purposes of an operating system is to handle the details of the operation of the hardware

In wezen is Chrome een browser. Dat betekent geen hardware management, maar wel een applicatie en uniek voor Chrome met ingebouwd taak en geheugen beheer. De user interface heeft fundamentele veranderingen gekregen ten opzichte van de traditionele browser. Dan heb ik het niet over de tabs die een andere locatie hebben gekregen, maar wel over de startpagina waar je nu de meest bezochte pagina’s, geschiedenis en bladwijzers vindt. Deze veranderingen wijzen richting desktop functionaliteit, of toch tenminste op het concept erachter. Ze steunen op dezelfde principes: icoontjes in een scherm, zelfs met drag and drop functionaliteit.

Een andere verbetering is dat de V8 Javascript engine behoorlijk sneller is. Zo is het uitstellen van Firefox 3.1 daar een gevolg van. Vandaag bezoekje geen websites meer, maar werk je met web applicaties. Ik heb het nog niet gehad over de ontwikkelingen van de laatste jaren. Vele ontwikkelaars gebruiken vandaag Javascript op een hoger niveau, via frameworks als Prototype of jQuery. En kijk wat Yahoo! met de YUI heeft gedaan de afgelopen twee jaar(!): echt verregaande functionaliteit zoals charts, sliders en tree views.

Waar ik vorige week helemaal van versteld stond was Mozilla Ubiquity dat probeert het web met taal te verbinden. En ik kan het niet laten:

Ik voorspel dan ook dat Javascript nog meer aan belang zal winnen. De technologie staat nog niet op zijn punt (dat heeft chrome bewezen) en ook het web staat nog in zijn kinderschoenen.

Google gebruikt Javasript technologie in haast al haar applicaties. Punt is nu net dat Chrome er voor zorgt dat Google al deze applicaties met elkaar kan integreren tot één geheel. En dan doet het er niet meer toe of Chrome open source is of niet. Immers, menig onder ons gebruiken verschillende van deze uitstekende Google applicaties. Vaak zijn zijn de applicaties beter toegankelijk en meer gebruiksvriendelijk dan die van concurrenten. Trouwens, in dit verband valt zeker The Omnigoogle van Carr aan te raden. Uiteindelijk blijf je bij Google zijn diensten en Chrome moedigt dit ook aan. Getuige hiervan is bijvoorbeeld dat gmail de standaard mail account is in Chrome. Binnenkort komen de eerste toepassingen met Google Android op de markt. Geen twijfel dat het mobiele web de toekomst is (zoals eerder aangehaald), en met Chrome op Android is alles Google. En wordt Google het eerste WebOS. Uiteindelijk krijg je vendor lock-in en wordt Google de nieuwe Microsoft.

Dat is het Google verhaal.

Maar waarom dan het WebOS? Voldoende elementen zijn reeds aangehaald (desktop, javascript, web applicaties). Daarnaast heb je nog het mobiele web en cloud computing. De introductie van de web desktop en de verregaande mogelijkheden van javascript, het feit dat data overal en eender waar aanwezig is zal wijzen gewoon die richting uit. Het traditionele OS zal blijven. De linux kernel dus. Daarnaast zal je een applicatie (bijvoorbeeld Chrome) hebben met een desktop, al dan niet online, die dezelfde functionaliteit als Windows vandaag heeft. Ook heb je nog een ander soort webos’en (volledig online), maar die sluiten minder goed aan bij deze definitie van het WebOS.

Mogen we dan over een WebOS of een Cloud Operating System spreken? Of gaat het om alleen maar om een web platform? Misschien is de term verkeerd gekozen. Zeker is dat javascript het belang van de traditionele applicaties zal doen afnemen. Sterker nog: word processing en spreadsheet applicaties zullen binnen x aantal jaren even goed worden op het web als op Windows. Het is gewoon dat Windows, zoals het nu is, zal verdwijnen.

Get Satisfaction: zo moet customer service

Get Satisfaction bestaat al een tijdje, maar echt, het geeft je voldoening. Hier is waarom.

Het idee erachter is een online klantendienst. Bedrijven kunnen zich registreren met producten, en als je als klant een vraag, probleem of idee hebt dan kan je er terecht. Vervolgens kunnen medewerkers vragen beantwoorden.

Je zit dus met interactie tussen drie partijen, waardoor je een optimale communicatie bewerkstelligd. Feedback dus, in alle richtingen. Het is een open conversatie. De klant staat er centraal en dat apprecieer je. Public Relations 2.0 noemen ze dat: bedrijven zijn er transparant en authentiek. Alle partijen hebben er dus baat bij.

Wat Get Satisfaction doet, is helemaal niet nieuw of zo. Het gaat hem erom dat het allemaal goed in elkaar zit en gebruiksvriendelijk is.

Hier zie je hoe het opgebouwd is rond een vraag stellen (answer: zij reiken het antwoord), een idee delen (share), een probleem oplossen (er staat niet problem, maar solve) en discussïeren (talk).

Met het woord people-powered wordt nog maar eens benadrukt dat iedereen betrokken is. Kortom, iedereen die helpt, zorgt voor een verbetering.

Meteen krijg je inzicht in het aantal mensen dat betrokken is en hoeveel medewerkers ter beschikking staan.

Je hoeft trouwens maar één veld in te vullen. Get Satisfaction geeft meteen suggesties; misschien was het probleem inderdaad al eerder voorgekomen.

Toch niet wijzer op geworden? Specifieer dan met details.

Voeg een topic toe. Heb je bijvoorbeeld een probleem dan kan je dat ook prima illustreren met een afbeelding.

Over welk product/service gaat het?

En de automatische suggestie gebeuren dus via tags. Echt ook cool: je kan gevoelens meegeven. Ben je kwaad, toon het dan (geen inspiratie om een voorbeeld te geven).

Tenslotte geven ze je nog mee hoe goed je het hebt gedaan.

Wees gerust, het werkt gewoon. Op Get Satisfaction wordt je echt verder geholpen, want mocht dat niet zijn dan is dat in het nadeel van het bedrijf. Het staat namelijk op het Internet (duh).

Mocht Telenet, Nuon of pakweg de NMBS dit ook doen: het zou een hele betere wereld zijn. Je zou tenminste dergelijke situaties niet voorhebben.

Maar wat als het probleem dringend is? Hoeveel medewerkers moeten grote maatschappijen  (zoals De Lijn) wel niet inzetten, dan?

Het zou in ieder geval een goede zaak zijn als bedrijven zulke initiatieven wat meer zouden omarmen. Dan voorkom je bijvoorbeeld dat Twitter gebruikers de touwtjes van beursgenoteerde bedrijven in handen nemen.

Om terug te komen op Get Satisfaction: heel leuke, maar duidelijke interfaces. Prachtig concept en het komt natuurlijk over. Nog iets toe te voegen?